Interview met Judith Bussé, advocaat bij Crowell & Moring LLP

De explosieve groei van sociale media in het voorbije decennium heeft een nieuwe wereld opgeleverd, zowel voor bedrijven als voor persoonlijke communicatie. Maar de wetgeving die deze wereld in goede banen moet leiden, stamt nog grotendeels uit de twintigste eeuw of vroeger. Wat betekent dit bijvoorbeeld voor de juridische bescherming op sociale media? Wij vroegen het aan Judith Bussé, advocaat bij de Brusselse balie voor het internationale kantoor Crowell & Moring LLP en specialist inzake auteursrechten.

Judith Bussé: “Voor we beginnen, is het misschien goed om even het onderscheid te maken tussen verschillende elementen van het auteursrecht. Je hebt enerzijds het vermogenselement, ook wel de patrimoniële rechten genoemd, en anderzijds de morele rechten van de auteur. De vermogensrechten geven de auteur de mogelijkheid om zijn werk te (laten) exploiteren om inkomsten te verwerven. Het gaat meer concreet over het reproductierecht (of het recht om een werk te kopiëren en te verdelen) en het publiek mededelingsrecht (of het recht om een werk in een niet-tastbare vorm voor een publiek beschikbaar te stellen,  zoals het uitzenden van een beschermd werk via radio of televisie en het plaatsen van een link op een internetsite verwijzend naar een beschermd werk) .

Anderzijds heeft een auteur ook onvervreemdbare morele rechten, zoals het divulgatierecht (het recht om een werk als eerste bekend te maken), het paterniteitsrecht (het recht op erkenning, op vermelding van de naam van de auteur) en het integriteitsrecht (het recht om zich te verzetten tegen de wijziging van zijn of haar werk of het gebruik ervan in een ongewenste context. Een bekend voorbeeld hiervan is de  Maya de Bij-spot van Greenpeace, waarin beelden uit serie Maya de Bij gebruikt werden in een vermeende advertentie voor Maya-sigaretten. De rechtbank oordeelde dat dit een inbreuk vormde op de morele rechten van de auteurs van Maya de Bij.

Daarnaast wil ik ook nog wijzen op een ander recht dat een belangrijke rol speelt bij het gebruik van beeldmateriaal in sociale media: het afbeeldingsrecht. Elke fysieke natuurlijke persoon kan zich verzetten tegen het maken en gebruiken van afbeeldingen waarop hij of zij herkenbaar is. Ook wanneer het gaat over bekende of publieke personen geldt deze bescherming. Veel grote modehuizen betalen bijvoorbeeld hoge vergoedingen voor het gezicht van een bekende persoon in hun reclamecampagne. Wanneer derden die afbeeldingen onrechtmatig gebruiken, kunnen de schadevergoedingen dan ook hoog oplopen.”

Hoe zit het met auteursrecht bij memes en GIF’s?

Judith Bussé: “Auteursrecht is niet van toepassing op abstracte ideeën, maar zodra er een concrete vormgeving is – geschreven tekst, beeld of een combinatie – en je kan spreken over een origineel concept, dan is auteursrecht van toepassing. Als je erover nadenkt, valt het merendeel van de memes en GIF’s hieronder, en zelfs de meeste foto’s die ooit op sociale media verschijnen: ze zijn allemaal wel vanuit een gekozen perspectief, compositie, helderheid en scherpte genomen. Je mag er dus van uitgaan dat bijna alle memes en GIF’s auteursrechtelijk beschermd zijn, ook al staat er geen copyright-teken of -vermelding bij. Er is inderdaad geen registratie vereist om auteursrechten op een werk te vestigen – deze ontstaan tegelijk met de creatie van het werk.

Meestal heeft dit weinig impact en voelen bedenkers van memes zich eerder blij dan bestolen als ze hun creaties elders zien opduiken. Maar geslaagde rechtszaken zoals die rond Grumpy Cat en Pepe The Frog bewijzen dat je wel degelijk je auteursrechten op memes kan laten gelden en afdwingen.

Het is niet omdat het delen van foto’s, artikels of video’s op sociale media zo eenvoudig is en vanzelfsprekend lijkt, dat je geen auteursrechtelijke inbreuk pleegt.

Als je een afbeelding, slogan of iets anders op social media gaat delen, zeker in het kader van een commerciële actie, kan je best 100% zeker weten of het werk origineel is en dus auteursrechtelijk kan worden beschermd. En indien ja, of de auteur zijn of haar toestemming geeft voor het delen van hun creatie of voor het gebruik ervan in jouw eigen meme of GIF. Daarnaast moeten ook de afgebeelde en herkenbare personen hun toestemming hebben gegeven voor het gebruik en de verdere verspreiding van hun foto.

Met andere woorden, je kan beter zoveel als mogelijk je eigen content maken en gebruiken, en ervoor zorgen dat copywriter, fotograaf en ontwerper alle intellectuele eigendomsrechten hebben overgedragen natuurlijk.

Hier kan trouwens ook het afbeeldingsrecht een rol spelen. Denk maar aan de Hongaar die ineens zijn gezicht gebruikt zag voor de bekende meme “Hide the pain Harold”. Of de vrouw die plots de Instagram- afbeelding van haar dochter gebruikt zag in een reclamecampagne van Crocs. Ook zij hebben met succes hun rechten geclaimd.”

Stel: ik heb een bedrijfsvideo samengesteld om op Youtube te plaatsen, en ik wil die eindigen met de legendarische quote van Erik Van Looy in De Slimste Mens: ’t is gebeurd”. Moet ik daarvoor aan Erik van Looy auteursrechten betalen?

Judith Bussé: “Die vraag krijgen we wel vaker, en het antwoord is niet altijd even eenduidig. Maar als algemene regel kan je stellen: indien het gaat om auteursrechtelijk beschermde tekst (wat ik betwijfel in het geval van de zin “’t is gebeurd”) en als het ‘geciteerde’ stukje wordt gebruikt om je bedrijf te promoten in een commerciële context, dan kan de geciteerde partij auteursrecht eisen. Als je dit in je eigen Youtube-filmpje doet voor persoonlijk gebruik en met bronvermelding, zal dit al sneller passeren. Al is de lijn soms flinterdun, want wat als jouw Youtube-filmpjes zodanig veel kijkers lokken dat je er advertenties op kan verkopen? Dan is het weer een commercieel gebruik.

Bedrijven die het voor een intern publiek gebruiken – als aanloop naar een personeelsfeest bijvoorbeeld – lopen ook minder gevaar. Tenzij ze het filmpje eindigen met een boodschap die duidelijk voor klanten en prospects is bedoeld: ‘wil u meer over ons bedrijf weten, ga dan naar…’. Dan kom je weer wel in de gevarenzone.

Je merkt het: het is een dunne lijn, die vaak bewust wordt opgezocht. Maar als je echt zeker wil zijn dat je Erik Van Looys advocaat niet aan de lijn krijgt, kan je gewoon eindigen met een pancarte met deze legendarische woorden erop. Hoezeer wij dit ook associëren met De Slimste Mens, de woordcombinatie ’t is gebeurd is nog altijd geen eigendom van het programma, de presentator of de zender.”

Ander scenario: ik ben een telefoonbedrijf en wil de fameuze ‘ET phone home’ slogan gebruiken in een radiocampagne. Wat raad je me aan? In het verleden is al gebleken dat zulke bedrijven vaak erg moeilijk te benaderen zijn. Maar zijn ze omgekeerd wel snel om mij te vinden als ik hun auteursrechten schend?

Judith Bussé: “Met ET zou dit nog problematisch kunnen zijn, omdat de productiemaatschappij, Universal, hier in België wel aanwezig is, en een nationale campagne wel zou opmerken. Maar als het om een beperkte campagne gaat en het een bedrijf is zonder vertegenwoordiging in België, is het soms financieel interessanter om het risico te nemen, en zo nodig de schadevergoeding te betalen dan om te proberen die goedkeuring vast te krijgen en het auteursrecht te betalen nog voor de campagne. Let wel, laat dit zeker geen advies of vrijgeleide zijn om dit eens te proberen.

De bedragen die je hier in België moet neerleggen voor dergelijke inbreuken zijn vaak (helaas) belachelijk klein, en even vaak de kosten van de rechtszaak niet waard. In de VS zou zoiets miljoenen kunnen opleveren, maar in België zal zo’n boete eerder maximaal enkele duizenden euro bedragen.

Het risico is wel groter als je een onlinecampagne opstart. De zoekmotors waar dergelijke bedrijven gebruik van maken zijn voldoende krachtig om zulke inbreuken overal ter wereld vast te stellen. Dan hangt veel af van het waarneembaar doel van de actie die de auteursrechten schendt: is die zichtbaar gericht op de Belgische markt, dan zal het voor een Belgische rechtbank moeten worden gedaagd; mikt de actie internationaal, dan kan de zaak ook bijvoorbeeld in de States worden voorgeleid. Voor de eisers vaak interessanter omdat zij daar, in geval van winst, hun integrale advocatenkosten kunnen terugvorderen.

Zou ik dergelijke acties aanraden? Uiteraard niet. Naast de stress die een eventuele ingebrekestelling en procedure met zich kunnen meebrengen, zijn er immers nog andere factoren, zoals de reputatie van je bedrijf als blijkt dat je auteursrechten hebt geschonden. Die schade zou groter kunnen zijn dan eender welke vergoeding die je dient te betalen.”

Het illustreert wel hoe complex het is geworden met de opkomst van de sociale media. Er is een digitale revolutie door de wereld geraasd, maar is de wetgeving hier al op afgestemd?

Judith Bussé: “Dat zie je wel vaker: dat de realiteit om ons heen grondig is veranderd, maar de wetgeving nog niet navenant is aangepast. Wat auteursrecht betreft, mag er eigenlijk nog altijd even weinig als vroeger, maar je merkt wel dat rechters vaak in hun oordeel rekening houden met de reikwijdte van de inbreuk. Als je dochter ongewild een auteursrecht schendt in een clipje dat door 100 mensen wordt bekeken, dan zal dat anders beoordeeld worden dan een bedrijf dat hiermee een nationale campagne op social media opzet.

De wetgeving hinkt voorlopig inderdaad achterop, maar men is volop bezig om hier verandering in te brengen.”

Dat wordt dan stof voor een nieuw gesprek. Bedankt voor deze toelichtingen, Judith!

Geef je reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.