LinkedIn is al een tijdje ons favoriete sociale medium (als agency voor tech bedrijven en consultants met een voorliefde voor b2b… you do the math). Het platform zet als enige van de oude rotten nog steeds een stevige groei neer, en wordt nu toch echt incontournable voor iedere professional die zijn job serieus neemt. Maar hoe kan je ervoor zorgen dat die posts waar je zo zorgvuldig over nagedacht hebt ook effectief genoeg mensen bereiken?

Zonder er een wanhopige jacht op views van te willen maken, heb ik hieronder 11 zaken opgelijst die je moet weten voor je gaat posten. Zie het als een checklist die kan helpen om de interactie op LinkedIn aan te zwengelen. Want daar draait het nog steeds (of misschien eerder opnieuw en steeds meer) om op sociale media: sociaal zijn. De mosterd voor dat lijstje haalde ik op de LinkedInsights blog van Andy Foote, en uiteraard bij onze eigen ervaringen.

First things first: Be More Human

Maar voor we de ietwat technische kant opgaan, eerst nog even dit. Wat alle sociale media gemeen hebben, is het feit dat ze op een of andere manier gebouwd zijn om sociale interactie en persoonlijke profilering te stimuleren. Of dat nu via content, foto, video, audio of godbetert karaoke is. Geen zin in? Blijf er dan van weg, of kijk gewoon toe vanaf de zijlijn. Niks mis mee. Wel zin in? Gebruik de kanalen dan hoe ze bedoeld zijn en neem er vrede mee dat je je persoonlijkheid in de strijd zal moeten gooien als je er – in dit geval professionele – doelstellingen mee wil bereiken.

Meer bereik bouwen op LinkedIn: de checklist

1.     Hoe zit het nu met dat algoritme?

Een tijdje geleden besteedden we een hele maand aandacht aan de algoritmes achter de meest gebruikte sociale media in een professionele context. Die algoritmes veranderen echter voortdurend: wat vorig jaar best practice was, kan intussen helemaal het tegenovergestelde zijn. Wat je zeker wel moet onthouden over het algoritme, is dat het slim is en voortdurend bijleert. Het weet wie je nieuwste connecties zijn, met wie je veel of net weinig interageert, hoe vaak je iets post, wat trending topics zijn, etc. Het is dus zaak om op al die dingen in te spelen. Onthoud ook dat elke post apart beschouwd wordt, en het ‘one hit wonder’-principe altijd geldt: het is niet omdat je vorige update duizenden views kreeg, dat het algoritme elke update van jouw hand zal pushen.

Wat het algoritme doet met je posts? Van zodra je op publish drukt, wordt je update gedeeld met een klein groepje volgers. Als daar geen interactie op ontstaat, sterft je update al snel een stille dood. LinkedIn gaat er dan vanuit dat wat je te vertellen hebt gewoon niet interessant genoeg is. Komt er wel interactie, pusht het algoritme je content verder naar een grotere groep en zo kan de (sneeuw)bal aan het rollen gaan.

2.     Golden hour: timing is everything

Gezien die instelling van het algoritme, is het dus van groot belang dat posts zo snel mogelijk zoveel mogelijk interactie teweeg brengen. De gouden regel is dat het eerste uur – het ‘golden hour’ – na de update cruciaal is: slaag je erin om dan engagement te creëren onder de vorm van een goeie mix tussen likes, shares en comments, is de kans erg groot dat LinkedIn de post verder pusht naar een breder publiek. Op die manier zien dus ook de connecties van je connecties de post, en blijft je content niet beperkt tot het ‘testpubliek’ dat LinkedIn zelf selecteerde (en waar je dus hoegenaamd geen inspraak in krijgt).

Wanneer je dan precies je update moet delen met de wereld? Dat is voornamelijk een kwestie van gezond verstand: midden in de nacht zal je weinig van je connecties (in dezelfde tijdszone) bereiken. Heel wat mensen checken in de loop van hun dag LinkedIn wel eens, dus hou daar vooral rekening mee.

3.   Like ≠ comment ≠ share  

Alle vormen van interactie op posts helpen om bereik te stimuleren, maar voor LinkedIn zijn likes, comments en shares niet gelijk. Comments krijgen de hoogste score. Logisch, want het hele concept van LinkedIn is gebaseerd op data en content. En comments genereren nu eenmaal meer data dan likes of shares. Al helemaal wanneer er ook nog reacties komen op de comments. Probeer dus zoveel mogelijk comments te ontfutselen door bijvoorbeeld je posts met een vraag te beëindigen, en reageer zelf ook zo snel mogelijk als er comments komen. Dat is niet alleen goed voor je bereik, maar ook voor je eigen (online) reputatie.

Likes en shares leveren je ook een boost in bereik op, maar in mindere mate. Bij shares doet een persoonlijke toevoeging wonderen. Volgens onderzoek levert een ‘droge’ share 56% minder engagement op dan eentje mét een eigen woordje uitleg.

4.     De vraag van 1 miljoen: met welke content kan je scoren?

Zoals al aangehaald zijn het de persoonlijke verhalen die het beste werken op LinkedIn, en eigenlijk op alle sociale media. Dat betekent uiteraard niet dat we massaal ons hele leven online te grabbel moeten gooien, maar wel dat content die je deelt bij voorkeur een persoonlijke insteek heeft, en geen simpele copy-paste is van een corporate berichtje. Vergeet niet dat je volgers connecties zijn die je op een of andere manier wel kent, en je je dus tot hen richt wanneer je iets post. Human to human.

Daarnaast zijn er analyses gemaakt van welke topics goed scoren op LinkedIn. Op dat lijstje staan onder andere: feel-good verhalen of anekdotes, carrière-advies, relevante professionele ervaringen, nuttige tips over bijvoorbeeld tools of suppliers, vragen naar goeie tips, etc.

5.     De vraag van 2 miljoen: met welk format kan je scoren? 

Eigenlijk maakt het format niet zoveel uit. ‘Tekst + beeld’ is de norm geworden, en er is niks mis mee om die vorm als uitgangspunt aan te houden. ‘Tekst + document’ is relatief nieuw, en wordt gestimuleerd door LinkedIn. Van zodra je dus een post mét bijlage deelt, pusht het platform die posts – voorlopig – meer, met een toename in bereik tot maar liefst 80%. Posts die bestaan uit enkel tekst, maar dan op een visueel aantrekkelijke manier opgesteld (gebruik korte zinnen en witruimte), werken doorgaans ook goed. Net als ‘tekst + video’, hoewel we daar een afname in bereik zien. Dat is niet onlogisch, want niet meer zo nieuw, dus ook niet meer zo gepusht door het algoritme.

Tip hier is op dit moment dus: test uit hoe ‘tekst + document’ voor je content werkt. 

6.     Wat met LinkedIn articles?

Deze doet me – als fan van long copy – persoonlijk een beetje pijn: LinkedIn blogs of artikels worden door het medium steeds minder geapprecieerd. Betekent dat dan dat er absoluut geen plaats meer is voor uitgewerkte meningen, advies en verhalen? Gelukkig zijn er nog heel wat alternatieven:

  • Zoals eerder vermeld, ziet LinkedIn vandaag graag documenten als bijlage bij een post verschijnen. Schrijf een korte samenvatting van je blog in een update, en upload je blog in een word- of pdf-bestandje.
  • Wees creatief: een blog is snel omgezet in een video of infographic.
  • Langere blogs kunnen herwerkt worden tot micro-blogs van 1.300 tekens. Voordeel is dat je je verhaal zo over een langere tijdspanne kan spreiden, en er allicht uiteindelijk meer mensen mee bereikt. Nadeel: het vergt een creatieve aanpak van je copy, en je moet bereid zijn toegevingen te doen op die mooie literair verantwoorde bijzinnen.
  • De gulden middenweg is uiteraard ook een optie: je stuk publiceren als artikel, maar er regelmatig naar verwijzen in je posts. Bijkomend voordeel: artikels worden geïndexeerd door Google, updates voorlopig niet. Met de juiste keywords kan je dus via Google een mooi bereik opbouwen, en het LinkedIn-algoritme toch ontwijken.

De focus ligt bij de kortere posts, en niet langer bij de uitgebreidere content. Dat hoeft niet te verbazen, want lezers – of het nu op social, online of zelfs in print is – is met zijn kortere aandachtsspanne steeds meer op zoek naar ‘easy to consume’ content. Je kan voor of tegen zijn, maar als je veel mensen wil bereiken, is het een trend om in het achterhoofd te houden.

7.     Externe links zijn uit den boze

LinkedIn wil je zo lang mogelijk op het eigen platform houden, net als alle andere social media-kanalen – en bij uitbreiding eigenlijk alle media-kanalen en communicatiekanalen. Logisch, want hoe langer een bezoeker binnen het eigen kanaal blijft, hoe meer data er verzameld kan worden, hoe waardevoller de informatie wordt, en hoe meer meerwaarde er aan adverteerders verkocht kan worden. It’s all about the money. Dat weten we eigenlijk allemaal, maar toch maken we – op social media althans – allemaal diezelfde fout: in een post een link toevoegen naar een externe bron. Dat wordt afgestraft door het algoritme.

Het goede nieuws is dat er wel een work-around is: post je content (tekst + x) en vermeld erbij dat de link in de comments is opgenomen. Problem solved.

8.     #Hoeveel #hashtags #gebruiken?

Drie.
Zoek bij voorkeur even uit welke populaire hashtags bij je content passen en voeg die toe, zodat je mee verschijnt in de zoekresultaten.

9.     Hoe vaak posten?

Een post per werkdag (20/maand) is ruim voldoende om op de radar te blijven van je connecties. Minder kan ook, maar zorg dan wel telkens voor straffe content. Het algoritme van LinkedIn straft te weinig posten niet echt af, teveel dan weer wel: van zodra je naar meer dan 2 posts per dag gaat, word je als spammer aanzien en worden de updates niet meer gepusht, met een lamentabel bereik als resultaat.

10.  Helpt het om mentions te gebruiken?

Dat hangt af van hoe de vermeldingen gebruikt worden, maar in de meeste gevallen is het zeker een goed idee om de @-functionaliteit in te zetten. Zeker als het gaat om LinkedIn-gebruikers met een groot netwerk: als zij de update waarin je hen vermeldt gaan delen of becommentariëren, bereik je ook hun netwerk. Je views gaan uit het dak, en je haalt er allicht nog wat interessante nieuwe connecties uit.

Niet te lang aarzelen dus om die goeie spreker, expert, woordvoerder of gewoon populaire vriend of collega in relevante posts te vermelden! Beperk het aantal mensen of company pages die gementioned worden wel tot maximum 5 per post.

11.  Nog eentje om het af te leren: de rol van de company page

LinkedIn geeft de voorkeur aan persoonlijke profielen, maar dat betekent niet dat de bedrijfspagina’s niet meer relevant zouden zijn. De 10 vorige tips kunnen probleemloos ook op company pages worden toegepast. Persoonlijke updates en bedrijfsupdates kunnen mekaar in de communicatiemix overigens ook prima ondersteunen, zolang beide een meerwaarde bieden. Copy-pasten is dus uit den boze.

Conclusie: goeie content x juist bereik = impact

We zweren al een tijdje bij de formule: content x reach = impact. Die geldt voor content marketing in het algemeen, maar ook voor LinkedIn in het bijzonder. Enkel door goeie content, met een persoonlijke insteek, tot bij een relevant deel van je doelgroep te krijgen, creëer je impact. Bovenstaande tips helpen om het algoritme van LinkedIn in je voordeel te gebruiken, zodat het makkelijker wordt om je goeie content een breed bereik te geven.

Geef je reactie

Deze site maakt gebruik van Akismet om spam-berichten te beperken. Lees hier hoe de gegevens van jouw reactie worden verwerkt.