Nagenoeg elk bedrijf heeft wel ‘ns te maken met minder leuke, tot ronduit schadelijke media coverage.  Wat doe je wanneer je als bedrijf op een slechte manier in de pers komt? Wat kan je doen om dit te vermijden? En is een recht van antwoord wel een goed idee?

Lange tijd voor ik actief werd in public relations, hoorde ik wel ’ns de frase “There’s no such thing as bad publicity” opduiken. De theorie hierachter is dat zolang mensen over je praten, dat een goede zaak is. Zelfs als er vreselijke dingen worden gezegd of geschreven over jou of je bedrijf, maakt dat niet uit, omdat je naam in de hoofden van de mensen blijft hangen. En dat houdt/maakt je relevant. In sommige gevallen is dat ook juist. Zo was er onlangs de hetse rond de site RichMeetBeautiful, waar sugarbabes en sugardaddies met elkaar in contact kunnen komen. Geen hond die ooit van de site had gehoord, tot de naam viel in het journaal. Andere voorbeelden zijn legio, en ze hebben allemaal gemeen dat, doordat er over ze gepraat wordt, ze zichtbaar worden voor een publiek dat hen anders nooit zou (h)erkennen.

In de meeste gevallen streven bedrijven er echter steeds naar op een positieve manier in de media te verschijnen, door bijvoorbeeld proactief te communiceren over hun unieke strategie, hun weldoordachte visie, hun uitstekende producten of diensten, over behaalde successen, over goede financiële resultaten en zo verder. Maar communiceren met je doelpubliek via de media staat niet noodzakelijk gelijk aan free publicity. Daarvoor bestaat de redactionele vrijheid. Zodra je communiceert met een journalist geef je hem of haar de kans om een waardeoordeel te vellen. Wanneer een product of dienst dus niet beantwoordt aan de verwachtingen van de journalist kan de outcome wel ’ns negatief zijn. Wanneer TestAankoop een vergelijking maakt tussen verschillende producten, levert dat ook steeds een beste en een slechtste uit de test op.

 

Wat te doen bij negatieve coverage?

Het kan ook zijn dat de slechte coverage je “out of the blue” in de nek valt: een clevere onderzoeks-journalist heeft tegenvallende bedrijfsresultaten gevonden, je bedrijf gaat door een crisis, je CEO werd betrapt met de hand in de cookie drawer, … Vroeger gebeurde het meer, maar nu nog steeds horen we bij bedrijven dat ze in het geval van “bad coverage” een rechtzetting of  een recht van antwoord eisen. Als eerste stap is dat echter nooit een goed idee. Een rechtzetting of een recht van antwoord staan er namelijk niet om bekend dat ze de relatie tussen jouw bedrijf en het medium veel goed doen.

  • Bij negatieve, maar correcte berichtgeving luidt het devies: reageer niet naar de media, maar werk aan een oplossing, verbeter je product of dienst, en zorg dat je een antwoord klaar hebt.
  • Bij foute informatie in de berichtgeving: lever de juiste informatie aan en probeer de vervelende gebeurtenis om te vormen tot een opportuniteit. Een dergelijke situatie is vaak het ideale moment om de relatie met de journalist aan te halen, hem of haar je bedrijf beter te leren kennen, etc.
  • Bij unfaire berichtgeving of een bevooroordeeld artikel: praat erover met de journalist, of in tweede instantie met zijn of haar hoofdredacteur. Probeer opnieuw om het slechte nieuws om te draaien in iets positiefs. Maak duidelijke afspraken voor toekomstige berichtgeving, en probeer indien mogelijk te verkrijgen dat je volgende artikels mag nalezen voor publicatie. Als het probleem aanhoudt, kan je nog steeds overgaan tot het eisen van een recht van antwoord of een rechtszaak.

 

Maar wat is een recht van antwoord precies?

Indien je als bedrijf echter vermoedt dat een journalist foute informatie in een stuk heeft gestopt met als (impliciet) doel schade te berokkenen kan je overwegen om een recht van antwoord te vragen aan het medium. Dit recht van antwoord is een bijzondere vorm van juridische aansprakelijkheid voor nieuwsmedia en is eigenlijk de juridische tegenhanger van de beroeps-ethische plicht om woord en wederwoord te plegen.

 

Regels voor een recht van antwoord

  • Geschreven pers : je kan in principe een recht van antwoord eisen aan een publicatie zodra je daarin genoemd of zelfs maar impliciet aangewezen bent geweest. Dat moet wel gebeuren binnen de 3 maanden na de verschijning van het artikel. Het antwoord mag 1.000 lettertekens beslaan, of anders het dubbele van het artikel waartegen men reageert. Het moet afgedrukt worden op dezelfde plaats en in hetzelfde lettertype als het gelaakte artikel.
  • Audiovisuele pers: voor een recht van antwoord bij de audiovisuele media is de regeling strikter: daar is vereist dat de gelaakte uitzending een foutief of een krenkend karakter had, en dient men bovendien een persoonlijk belang op te geven. Het recht tot antwoord vervalt wanneer de producent spontaan tot een bevredigende rechtzetting overgaat. Men moet het antwoord vorderen binnen de 30 dagen na de uitzending. De tekst van het antwoord mag 4.500 typografische tekens of 3 minuten leestijd beslaan.
  • Een recht van antwoord is onderhevig aan nog een aantal regels. Het moet steeds in rechtstreeks verband staan met de gelaakte tekst of uitzending, mag niet zelf beledigend zijn en mag niet nodeloos derden in de zaak betrekken. Een periodieke publicatie moet het antwoord afdrukken in het eerste nummer dat verschijnt na verloop van drie werkdagen na de ontvangst. De redactie kan een repliek toevoegen, maar hierop kan vervolgens weer een recht van antwoord worden ingediend. Bij de audiovisuele media dient het antwoord uitgezonden te worden in de eerstvolgende uitzending van hetzelfde type. Hier is een repliek of enige commentaar niet toegelaten. Bij weigering van publicatie of uitzending van het recht van antwoord, kan je als “klager” een spoedprocedure aanspannen bij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg. Ook een correctionele veroordeling is mogelijk.

 

Geen garantie voor een oplossing

Kort samengevat betekent dit dat je een recht van antwoord kan vragen indien je vindt dat je door een publicatie onheus wordt behandeld of benadeeld, maar dit gepubliceerd recht van antwoord staat niet garant voor een oplossing van het probleem. Het kan namelijk dagen duren vooraleer een recht van antwoord wordt gepubliceerd (of uitgezonden) en dan nog kan de journalist beslissen om een wederantwoord te formuleren. Hiermee wordt het (vaak reeds gedoofde) vuur opnieuw aangewakkerd, wat de zaken misschien nog meer doet escaleren. En je opnieuw met de billen bloot komt te staan.

 

Daarom wil ik graag volgende vuistregels op je loslaten

  1. Gebruik bij slechte coverage je gezond verstand en probeer “the unpleasantness” om te vormen tot een “opportunity”. Vraag bijvoorbeeld aan de journalist of hij/zij geïnteresseerd is je bedrijf beter te leren kennen en gebruik dat contact om een constructieve relatie op te bouwen met de journalist.
  2. Bespreek het probleem rechtstreeks met het medium; in eerste instantie met de journalist die het stuk maakte, in tweede instantie met de hoofdredacteur.
  3. Probeer tot een overeenkomst te komen met het medium in onderling overleg.
  4. Indien niets helpt: vraag om een recht van antwoord, maar raadpleeg eerst je advocaat om er zeker voor te zorgen dat alles volgens de regels verloopt.
  5. Wanneer de zaak escaleert, kan je ook een rechtszaak aanspannen tegen het medium (via de Rechtbank van Eerste Aanleg)
  6. The last resort is een mediarechtszaak (voor het Hof van Assisen)

 

Maar hoe vermijd je een recht van antwoord te moeten vragen?

Voorkomen is beter dan genezen, en goede afspraken maken goede vrienden. Deze volkswijsheden kunnen zeker worden toegepast op je relaties met de pers. Door een open, duurzame relatie op te bouwen met de journalist kan je al een heleboel misverstanden vermijden. Hetzelfde geldt voor goede afspraken met deze journalist na een interview, of vragen of je het artikel kan nalezen om eventuele (feitelijke) foutjes er uit te halen.

 

Een praktijkvoorbeeld

Eerder dit jaar vroeg één van onze klanten of we een recht van antwoord wilden voorbereiden. Ondanks alle goeie wil om inzicht te verschaffen in een complexe materie, bleven er serieuze fouten opduiken in de berichtgeving, die het bedrijf schade berokkende. Daardoor stond de relatie met de journalist in kwestie ook onder hoogspanning. Het recht van antwoord werd voorbereid én verstuurd, maar – na overleg – niet gepubliceerd. Uiteindelijk was het de aanleiding tot een gesprek tussen alle partijen, inclusief de hoofdredacteur. Het gevolg: de berichtgeving is intussen veel genuanceerder, en we krijgen een heads-up voor publicatie. Idealiter kom je tot hetzelfde resultaat zonder er een advocaat bij te halen. Maar in heel zeldzame gevallen breekt nood wet.

Geef je reactie

Deze site maakt gebruik van Akismet om spam-berichten te beperken. Lees hier hoe de gegevens van jouw reactie worden verwerkt.